Ouders, daar heb je wat aan! – Tips voor ouders en leerkrachten

ouderbetrokkenheid

ouders en schoolHeb ik iets gemist? In mijn agenda staat voor vanavond een gesprek met de mentor. Ik verheug me op dit eerste gesprek. Benieuwd hoe mijn zoon zich gedraagt in de klas, of hij meedoet met de les en al aansluiting heeft gekregen met zijn nieuwe klasgenoten. Wie is deze mentor? Kan hij mijn zoon helpen een nieuwe start te maken, nadat hij vorig jaar gestrand is in de brugklas? Terwijl de avond nadert, word ik bezorgd. Ik heb nog geen uitnodiging gekregen voor vanavond… Zoekend in de spullen van de school, ontdek ik een brief waarin staat dat ik op de algemene ouderavond van een paar weken geleden een gesprek had moeten aanvragen. Oeps, vergeten. Zou ik vanavond nog welkom zijn?

Het is niet voor niets dat ik me druk maak over de enerverende tijd van een brugklasser en mijn zorgen graag wil delen met de mentor. Huiswerkbegeleiders Saskia Valuleon en Ani Essayan maken in hun artikel in Trouw van 11 september 2014 duidelijk dat de eerste weken op een middelbare school loodzwaar zijn. Tot ‘Kerst blijft de brugpieper zweven…’. Het komt aan op zelfstandigheid. Ze moeten veel zelf uitzoeken. Denk alleen al aan de combinatie van verschillende soorten agenda’s: Magister, studiewijzer en papieren agenda. Je moet het maar allemaal kunnen bijhouden.

Als ouder ben ik blij dat mijn zoon niet de enige is. Als professional zie ik dit gebeuren met lede ogen aan. Het is toch wel ernstig dat het niet lukt om die pubers tijdig op het leerpad te krijgen en daar dure huiswerkbegeleiding voor nodig is. Tot overmaat van ramp krijg ik even later de cijfers van de NOS onder ogen. 24% Van de jongens volgt een lager opleidingsniveau dan verwacht. Hoe gaat het ons (ouders en school) lukken om het beste uit het kind te halen, of misschien nog beter, het kind het beste uit zichzelf te laten halen?

Het startgesprek, welke vragen stel je elkaar?

OudergesprekkenEven terug naar het begin. De communicatie tussen ouders en school is van cruciaal belang voor de ontwikkeling van kinderen. Zeker de eerste weken, wanneer alle kinderen weer moeten wennen aan een nieuwe groep, leraar of school. Thuis is het strakke ritme van op tijd eten en slapen, naast huiswerk, sporten ook weer begonnen. Dat is wel weer even wennen!. Juist aan het begin van het schooljaar is het belangrijk om tijd te maken voor ontmoeting.

Daarom juich ik startgesprekken enorm toe. Over welbevinden en de eerste (leer)ervaringen. Met of zonder kind erbij. Vragen die je aan elkaar kunt stellen en zorgen die je met elkaar kan delen. Hoe heeft het kind de eerste weken doorgemaakt? Komt het doodmoe thuis en hangt het vervolgens in de bank of kan het de energie weer oppakken? Wat vertelt het kind thuis over school? Hoe is het contact met nieuwe kinderen? Komt het met vragen bij de leerkracht, of is het vertrouwen nog niet zover? Hoe gaat het om met de eerste succeservaringen en tegenslagen?

Maar ook het perspectief. Wat gaan de kinderen leren in deze groep? Hoe zal dat gaan bij dit kind? Wat zijn de sterke kanten van het kind en hoe houden we rekening met beperkingen? Wat heeft het kind nodig om te presteren naar vermogen? Hoe gaat dat er dan concreet uitzien? Wat moeten leraar en ouders daarvoor doen? En wat verwacht je daarbij van elkaar? Spreek dit hardop uit.

Een goed gesprek aan het begin van het schooljaar is een belangrijke stap in de ontwikkeling van een vertrouwensrelatie tussen school en ouders. Daar kun je altijd op terugvallen, ook als je een keer teleurgesteld bent of slecht nieuws met elkaar moet delen.

Ouders en school samen

We hebben het hier over ouderbetrokkenheid. Niet over actieve ouders die de school een handje helpen bij het lezen of knutselen of een informatieavond bezoeken. Nee, ouders die betrokken zijn bij de ontwikkeling en het leren van hun eigen kind op school en daar een effectieve bijdrage aan leveren. Daar ligt een sleutel tot succes. We noemen dit educatief partnerschap.

shutterstock_76099252Voor deze vergaande samenwerking is het nodig dat scholen ouders uitnodigen tot actief meedoen vanuit de verantwoordelijkheid als opvoeder. Regelmatig in gesprek gaan met elkaar over de ontwikkeling van het kind, zo vaak als nodig. Maar ook over wat eenieder kan doen om in te spelen op de onderwijsbehoefte van het kind. Dat betekent ook dat je elkaar aanmoedigt te doen wat mogelijk is en elkaar aanspreekt op gedrag. Spreek je als ouder af dat je elke dag gaat lezen met je kind, doe dat dan ook. Lukt het niet, zoek naar een oplossing of kom er op terug en bedenk samen een haalbaar alternatief.

Een andere effectieve bijdrage is: kinderen helpen bij het huiswerk. Dat begint al op de basisschool met het leren van de topotoets, extra reken- of leesopdrachten of nieuwtjes zoeken op internet. Maar ja, hoe ga je dat aanpakken als je beiden werkt, of je kind regelmatig het huiswerk (zogenaamd) vergeet op te schrijven, of liever met zijn vrienden omgaat dan in je eentje huiswerk maken, want dat is saai! Kinderen op een goede manier helpen, dat doe je niet zomaar. Daar komt echt wel wat bij kijken!

Ouders op de stoep

Ouders van nu zijn mondig en willen hun kind graag gelukkig zien. Ze willen het beste voor hun kind, en dat moet het liefst vandaag nog gerealiseerd worden. Deze houding van ouders leidt soms tot overtrokken verwachtingen en vervelende confrontaties tussen ouders en school. Ik zie de dwingende ouders op de drempel van de klasdeur al staan. Zij vragen niet of de leerkracht even tijd heeft. Nee, ze beginnen gewoon hun verhaal en verwachten van de leerkracht dat je luistert en ze gelijk geeft. Daar sta je dan, met achter je een onrustige groep die popelt om met de les te beginnen.

Het is typerend voor de tijd van nu dat ouders voor hun kind opkomen. Jammer dat het soms zo moet gaan. Maar geloof, deze ouder heeft je wat te vertellen, en denk aan ‘Ouders, daar heb je wat aan’ . Samen met een goede basis effectief communiceren, sta je stevig in de schoenen.

Tips voor ouders en leerkrachten

  1. Verrassende vragen
    Soms weet je gewoon niet meer moet stellen als je kind van school komt. Vaak komt het op hetzelfde neer: Hoe was het op school? Maar ja, als je dit elke dag gaat vragen, dan reageert je kind niet meer spontaan. Op Vrouwblog staan verrassende vragen.
    Met de nodige creativiteit kun je de vragen ook ombuigen naar vragen die je op school kan stellen over thuis. En als het gaat om hulp, dan kun je ook vragen: “Kun je mij uitleggen hoe ik jou het beste kan helpen?” (slogan uit artikel van Ingrid van Essen, Aan de slag met de puberijsberg, in Balans nr 7 aug/sept 2014).
  2. Lezen is een feest
    De Kinderboekenweek is deze week. Dit jaar is het thema Feest. Dé week om kinderen boeken te laten ontdekken. Zoek een lekker plekje en een goed moment en ga genieten met je kind. Maak hier vervolgens een gewoonte van.
  3. Spelen is leren
    Jonge kinderen leren door te spelen. De manier waarop een kind praat tijdens het spelt, geeft inzicht in het denkproces. Als je goed luistert, ontdek je de taal van het kind en kun je peilen waar het kind staat in de ontwikkeling. Ga samen met de leerkracht op zoek naar het spelniveau van je kind en ga daarover met elkaar in gesprek. Lees meer in artikel HJK ‘Wat hun praatjes je vertellen’ van Esther van den Berg en Mieneke Langberg, juni 2014.
  4. Laat zien
    Laat als school zien waar elke groep mee bezig is en hoe hier thuis op kan worden aangesloten. Via de schoolwebsite, blogs of een digitale communicatieplatform kun je uitwisseling mogelijk maken. Laat kinderen thuis verder oefenen en spelen met waar het op school mee bezig is geweest en vervolgens weer werk mee naar school meenemen. Zo zorg je voor een wisselwerking tussen leren thuis en op school.

Download het E-book Ouders en School Samen

Ons verhaal is niet klaar. Lees het E-book Ouders en school samen en verrijk hiermee je ideeën over ouderbetrokkenheid. Binnenkort verschijnt ook een openhartig interview in Frappant met de directeur van basisschool De Schelven over contact met ouders.

Het nieuwe schooljaar, hoe start jij met jouw nieuwe groep?

groepsprocessen

groepsprocessen“Zin in?” Het wordt mij deze weken regelmatig gevraagd. Heb jij weer zin om te beginnen? Een lastige vraag. Enerzijds ben ik voldaan en ontspannen na een heerlijke vakantie en voel ik enige drang om me weer nuttig te maken. Ik kijk uit naar het weerzien van collega’s en klanten en het samenwerken aan interessante projecten. Maar als ik naar mijn agenda en mailbox kijk, gaat mijn aandacht uit naar afspraken waar ik tegenop zie en voel ik de werkdruk weer opkomen. Dan denk ik, liever nu nog even niet. Hoe kan ik mijn prettige gevoel van de vakantie vasthouden in mijn werk, zodat ik kan blijven genieten? Misschien denk je net zo over de start van het schooljaar. Misschien sta je er heel anders in. Hoe je het ook wendt of keert, volgende week stromen in Zuid-Nederland de klassen weer vol met kinderen. De leerkrachten mogen ze welkom heten. Een mooi moment. Natuurlijk heb je je voorbereid op de nieuwe groep en zul je je best doen om al die kinderen hartelijk te ontvangen.  Bij de eerste ontmoeting vallen de zorgen van je af, want de kinderen slokken de eerste schooldag al je aandacht op.

Grote overgang

Zes weken vakantie en geen school. Dat is een lange tijd, waarin de kinderen letterlijk en figuurlijk doorgroeien. Een tijd van vrij zijn, samen met je ouders op pad, lekker spelen, buiten als het kan en binnen als het moet. Eindeloos gamen, film kijken of andere dingen doen waar je je in kan verliezen.  Ondertussen voortdurend in contact (gebleven) met vrienden. De laatste vakantieweek begint het bij de meeste kinderen wel te kriebelen, anders wel bij de ouders die de kinderen wijzen op het einde van het vrije leventje. Volgende week gaat de wekker weer af, ochtendrituelen in een hurry op naar school. Een nieuwe groep, een nieuwe juf/meester of mentor. Hoe zal het gaan?

Sommige kinderen brengen zichzelf alvast in de schoolsfeer door het verzamelen van hun schoolspullen, versieren van de agenda of afspraken maken met schoolvrienden. Ze kijken er naar uit om hun klasgenoten weer te zien, de nieuwe leerkracht te ontmoeten, samen gericht en gestructureerd aan de slag te gaan. Andere kinderen stellen het moment van ‘denken aan school’ uit tot de laatste dag.

Gelukkig gaan de meeste kinderen graag naar school. Maar dat geldt niet voor iedereen. Denk aan kinderen met weinig positieve sociale contacten, of pestervaringen, kinderen die niet gemotiveerd zijn in leren op school of lage verwachtingen hebben van zichzelf. Uit onderzoek van Lisette Hornstra (2013) blijkt dat jongens, kinderen uit etnische minderheden en lage sociaal-economische klasse vanaf groep 5 een minder goede werkhouding laten zien. Wellicht zien zij ook meer tegen school op. Kinderen gaan dus, net als de leerkrachten, met verschillende gevoelens en verwachtingen naar school. Het is voor hen ook weer wennen.

Groepsvorming

Omdat de kinderen elkaar lange tijd niet meer hebben gezien hebben en ondertussen veel gebeurd is, begint elk schooljaar de groepsvorming opnieuw. Hoe zorg jij als leerkracht dat de kinderen een goede start maken? Ga je strak beginnen, en laat je teugels vieren als het kan. Of neem je de tijd om te kijken wat er gebeurt, hoe de kinderen op elkaar reageren, en onderneem je actie als het nodig is? Volgens R. van Engelen (van het boekje Grip op de groep) is het belangrijk om vanaf dag 1 de regie te nemen en met de groep te werken aan een positieve band, door samen met de groep vanuit gedeelde waarden en normen, afspraken te maken over de omgang met elkaar, de werkhouding en de leerdoelen van het jaar. Zo voorkom je dat (een kleine) groep kinderen zelf het heft in handen gaat nemen.

Eigenlijk gaat het om de juiste dingen doen op het juiste moment. Interventies die passen bij de behoeften van kinderen in een bepaalde fase van de groepsvorming. In het schema hieronder zie je wat de kinderen nodig hebben van de leerkracht in de verschillende fasen van groepsvorming (Tuckman, Kees van Overveld) gedurende het schooljaar. De normingfase is hier, anders dan het natuurlijk groepsvormingsproces, voorop geplaatst om aan te geven dat de leerkracht direct de touwtjes in handen moet nemen.

Fases van de groepsvorming  Algemene onderwijsbehoeften van de groep
Forming:De kat uit de boom kijken, elkaar verkennen
  • Een leraar die leerlingen met elkaar in gesprek brengt
  • Ondersteuning bij het ontdekken van de leer- en leefomgeving
  • Een leraar die ieder kind het gevoel geeft erbij te horen
Norming:Groepsnormen bepalen
  • Een leraar die duidelijk is
  • Een leraar die de regels en gedragsverwachtingen expliceert
  • Een leer- en leefomgeving die veilig is
Storming: Wie is de baas?
  • Hulp bij het bepalen van ieders positie in de groep
  • Een leraar die aandacht besteedt aan het omgaan met conflicten
  • Activiteiten die pestgedrag voorkomen
  • Groepsgenoten die respect tonen voor elkaar, elkaars mening en karakter
Performing: De groep is gevormd, de rollen zijn verdeeld, nu nog eraan blijven werken om terugval te voorkomen.
  • Een leer- en leefklimaat waarin plezier, rust en orde het uitgangspunt zijn
  • Activiteiten die uitnodigen tot samenwerken
  • Een leraar die ieders talent tot bloei laat komen
Adjourning: Evalueren, afsluiten en vooruitkijken
  • Een leraar die leerlingen voorbereidt op het naderende afscheid
  • Een pedagogisch klimaat waarin de sfeer tot aan het eind plezierig is

Komende weken komt het er op aan. Dus, meteen aan de slag. Hierbij een paar handige tips voor in de klas:

Tips

1. Begroet de kinderen dagelijks bij de klasdeur
Dan heb je met elk kind even persoonlijk contact, je kunt zien hoe vandaag de vlag ervoor staat bij het kind en daarmee rekening houden in je les.

2. Richt samen met je kinderen de klas in
Geef de kinderen inspraak bij de inrichting van de klas en laat ze het voor een deel ook zelf doen. Maak ruimte voor het werk van de kinderen, foto’s en ander materiaal over wat hen bezig houdt op dat moment (voetbalclub, filmster), bepaal samen hoe je in groepjes zit, zorg voor een verjaardagskalender en weekoverzicht met bijzondere gebeurtenissen. Het kan nog extremer. Chantal van Ophuizen en Jeroen Smits zijn vorig jaar de uitdaging aangegaan door te starten met een lege klas. Over hun ervaringen schreef Chantal van Ophuizen vorig jaar een leuke blog op www.hetkind.org : “Vandaag mogen jullie het zeggen”.

3. Doe regelmatig een activiteit waardoor de kinderen elkaar beter leren kennen
Een concreet voorbeeld: kinderen in de kring, in tweetallen vertellen ze kort over zichzelf (belevenis n de vakantie, of wie je bent, wat je graag doet, met wie je thuis woont), vervolgens vatten de kinderen het verhaal van de ander samen aan de klas. Zo heeft iedereen tegelijk iets kunnen vertellen over zichzelf, leren de kinderen elkaar kennen, en leren ze actief te luisteren en samen te vatten. Belangrijk hierbij is dat de kinderen de eerste weken ervaren dat ze dingen gemeen hebben met elkaar. Dat versterkt het gevoel van ‘erbij horen’. Daar past ook een keer een liedje bij om lekker samen uit je dak te gaan.

4. Bepaal samen met je groep wat belangrijk is dit jaar
Maak afspraken met je groep over de omgang met elkaar. Formaliseer dit na een paar weken door samen met de kinderen bijvoorbeeld een poster te maken met de vastgestelde afspraken en laat hun handtekening daar onder zetten.

5. Geef veel complimenten
Met het geven van opstekers of complimenten over concreet gedrag maak je duidelijk wat je van de kinderen verwacht. Een ideale verhouding tussen opstekers en negatieve kritiek is 4 : 1. Vaker dan je misschien denkt. En als je ook nog meent wat je zegt, wordt je opmerking goed ontvangen. Complimenten bepalen sterk de sfeer in de groep, dat merkt elk kind.

6. Evalueer regelmatig
Met elkaar leren en leven in een groep gaat met ups an downs. Sta regelmatig stil bij de groepssfeer en het gedrag van eenieder. Wat was helpend en wat niet? Hoe doen we het de volgende keer beter, anders?

7. Maak schoolafspraken
Zorg ervoor dat je schoolafspraken maakt over jullie aanpak in de eerste weken van het schooljaar. Evalueer na 6 weken de sfeer van elke groep in het team. Onderneem zo nodig actie. Een goed voorbeeld is het Sint Jozefschool protocol 

Ik wens iedereen die met een nieuwe groep kinderen van start gaat weer veel succes. Ga ervan genieten en hopelijk zijn mijn tips zinvol voor het groepsproces.

Meer weten over groepsprocessen?

Wil je graag eens in gesprek gaan rondom groepsprocessen bij jou op school? Ik begeleid scholen op het gebied van groepsprocessen. Voor meer informatie klik hier of neem contact op met mij of laat een reactie achter hieronder.

Vreedzame School, verbondenheid ook na het WK voetbal

vreedzame school

voorbeeld vreedzame schoolThuis in de huiskamer, in de kroeg of op school. We kijken met z’n allen en daar horen gepaste rituelen bij zoals verkleed gaan in oranje. Ik heb het over het WK voetbal dat ons collectief bezig houdt deze weken. Voor diegenen die dit alles willen ontvluchten is er natuurlijk ook nog het Oerol festival op Terschelling. Lekker samen op een eiland genieten van de kunst. Dagblad Trouw kwam vorige week met een artikel op de voorpagina met als kop: We kunnen onbekommerd ‘we’ zijn.” Dat maakte mij nieuwsgierig. Met dat WK voetbal voelen we ons ineens verbonden en hebben we een gemeenschappelijke ervaring. Die 5-1 tegen Spanje, zullen we nooit meer vergeten. Het is verankerd in ons collectieve geheugen. Zo’n gevoel van verbondenheid hebben we zelden in deze tijd van individualisering. Iedereen is uniek, wil anders zijn en heeft zijn eigen ontwikkelbehoeften. En ondertussen heeft iedereen het nodig om in verbinding te staan met anderen, gekend en erkend te worden. Hoe zorgen we daarvoor in deze tijd in het onderwijs? Zonder dat we ons continu laten meeslepen door grootse evenementen zoals WK voetbal en Oerol? “Vreedzame School, verbondenheid ook na het WK voetbal” verder lezen