Een genereus gebaar

Voor basisschool De Buut maakte ik een virtuele tour. Een leuke opdracht om te doen. Tot onze verrassing maakten we hier niet de toekomstige kinderen en hun ouders blij mee, maar ook het team, de huidige kinderen en hun ouders. Eindelijk konden ze weer dwalen door hun eigen school. De bedankjes van het team en de kinderen waren overweldigend. Bijzonder eigenlijk, dat een klein gebaar zo’n positief effect kan hebben. Het deed me denken aan de masterclass van Robert Dilts, die ik een paar jaar geleden volgde, waarin hij vertelde over generositeit als leiderschapskwaliteit. Zelf was hij een inspirerend voorbeeld op dit vlak. De manier waarop hij met onze vragen omging, zo aandachtig en in het moment. Eerst luisteren, dan uitgebreid antwoorden. Bij elke vraag kregen we er een cadeautje bij.
Maak jij ook wel eens zoiets mee? Het geven en/of krijgen van een genereus gebaar? Wat voor effect had dat?

Eindelijk weer naar school

Jongeren popelen om weer naar school te gaan. De lockdown duurt voor hen veel te lang. Ze missen vrienden en worden duf van het online onderwijs. De rek is er uit, ook bij gezinnen en docenten. De scholen zijn weer gedeeltelijk open. In welke vorm dan ook, het is nog verre van normaal. We beseffen dat alle leerlingen de fysieke school hard nodig hebben. En als die leerlingen dan terugkomen… Hoe zorg jij dan voor een goede, fysieke doorstart waarin de noden van de leerlingen centraal staan?

Oog voor welzijn

We zien de jongeren om ons heen of horen de verhalen van ouders. Ze hebben het moeilijk. Denk je in: je zit als puber in je uppie op je kamer. Of in de keuken met je broertjes/zusjes, waar het gezellig maar o zo druk is, waardoor je je moeilijk kan concentreren. Laptop staat de hele dag open. Je worstelt zelfstandig de online lessen door die je maar half begrijpt. Je twijfelt of je je werk goed maakt. De vragen die je hebt, durf je niet te stellen, ondanks dat de docent in beeld is. Hij spoort je aan om mee te denken en je best te doen. Dat hoor je aan zijn stem en zijn woorden, maar het komt niet echt binnen. Je weet dat je klasgenoten ook online meedoen aan de les, maar je voelt de sfeer van samenzijn niet. Dadelijk is de les weer afgelopen, dan moet je weer alleen verder. Misschien kan ik het straks aan mijn vader of moeder vragen denk je.. maar ach zij leggen het toch altijd anders uit. En dan wordt het avond en wil je eigenlijk graag iets leuks doen. Maar ja, niet met vrienden, geen visite, niet eropuit. Veel kan niet. Wat kan nog wel? Zo gaat het leven van een jongere in lockdown.

voorbij. Een leven waarin de basisbehoeften van relatie-competentie-autonomie sterk onder druk staan. Juist jongeren, die houden van vertier en samenzijn, voelen de crisis. Als we wat meer afstand nemen en de langere termijn overzien, durven we misschien het positieve hiervan in te zien.

Het NJI houdt onderzoeken bij over de gevolgen van corona bij jongeren op gebied van beweging, afstandsonderwijs, studievoortgang en mediagebruik.  De resultaten liegen er niet om. De jongeren ondervinden schade. Eenzaamheid is een belangrijk thema. Toch denk ik dat jongeren ook gesterkt worden door de situatie. Ik denk aan mijn 90-jarige vader die WOII heeft meegemaakt en zijn schoolcarrière meerdere keren moest onderbreken, telkens weer opnieuw moest beginnen en uiteindelijk na 10 jaar ploeteren de universiteit af heeft gemaakt. Zijn het verspilde jaren geweest? Volgens hem niet. Zijn diploma is hem veel waard, juist omdat hij zich enorm heeft ingespannen om het te halen. Nog steeds profiteert hij van de kwaliteiten zoals doorzettingsvermogen en wilskracht, die hij dankzij tegenslag heeft ontwikkeld. Wie zo’n moeilijke tijd doorstaat, leert lessen voor het leven.

Jouw kijk bepaalt jouw aanpak

Toen minister Slob begin februari met de mededeling kwam dat de opgelopen achterstanden niet meer weg te werken zijn en een deel van de jongeren een jaar over zal moeten doen, kreeg hij veel kritiek. En terecht. Oplossingen zoals zittenblijven zijn niet meer van deze tijd en zelden effectief. Ze weerspiegelen een traditionele visie op onderwijs en een pessimistische kijk op de wereld. Een eenzijdige focus op kwalificatie. Dit voelt niet goed. Alsof de jongeren de lasten moeten dragen van de ontstane problemen. Dat werkt demotiverend en je helpt er de jongeren echt niet mee. Sterker nog, door te spreken over ‘tekortkomen’ en ‘inhalen’ geef je jongeren de label corona-generatie mee waar ze nooit meer vanaf komen. Later werd bekend gemaakt dat er 8,5 miljard euro vrijkomt om in het onderwijs te investeren. Maar ook met zo’n prachtig bedrag blijft het belangrijk om eerst een gedegen aanpak op te zetten, het liefst één die het onderwijs structureel naar een hoger plan tilt.

Hoe anders zou de aanpak kunnen zijn als we de achterstanden zouden zien als onderwijsvertraging? Deze gedachte kwam van de Amsterdamse en Rotterdamse schoolbesturen. Met de beperkte mogelijkheden van afstandsonderwijs is het niet gelukt om de jongeren de verwachte kennis op te laten doen. En kijk wat jongeren wel geleerd hebben in deze crisistijd: incasseren en aanpassen. Dat is veel waard. Het erkennen van deze levensvaardigheden is belangrijk. Daarmee doe je recht aan de ervaringen van nu. Een natuurlijke ingang om invulling te geven aan andere doelen van het onderwijs: persoonsvorming en socialisatie. Zo’n visie geeft hoop en vertrouwen. Het opent mogelijkheden om het huidige, verstarde onderwijssysteem te doorbreken. Een dergelijke visie biedt kansen voor jongeren en docenten om zich te herpakken. Vanuit een ontwikkelingsgerichte benadering flexibel inspelen op de behoeften van de leerling. Om te beginnen, aansluiten bij wat is. Een nieuwe start waar ongelijkheid realiteit is.

Hoe kijk jij op de afgelopen periode terug? Zie je een achterstand of een nieuwe beginsituatie? Jouw overtuiging is bepalend voor het onderwijs dat jij geeft en hoe je straks de leerlingen weer verwelkomt op school.

Wat kan jij doen om de leerlingen een goede doorstart te laten maken?

Als je bewust bent van jouw visie en die van de school, kun je je aanpak kiezen en uitwerken. Wat hebben de leerlingen nu echt nodig? Een paar handreikingen.

Warm welkom
  • De eerste opdracht is de leerlingen weer in het gebouw te ontvangen. Ze te laten landen in de ooit zo vertrouwde omgeving. Een warm, menselijk onthaal met duidelijke coronaregels zodat docenten en leerlingen (en hun ouders) zich veilig kunnen voelen binnen de gestelde grenzen. Misschien heb je zelf al een leuke begroeting bedacht. Besteed aandacht aan hetweerzien van klasgenoten, het uitwisselen van ervaringen en verwachtingen over de komende periode. Heb oog voor de verschillen, voor groot en klein leed, voor de onverwacht fijne momenten en de groei ze hebben doorgemaakt. Zijn er leerlingen die online les moeten blijven volgen of heeft de ene helft van de klas online les en de andere helft fysiek les? Zorg dan voor verbinding tussen de beide groepen leerlingen.
  • Idee: maak voor een periode van 6 weken steungroepen van twee leerlingen die samen online les hebben en twee leerlingen die samen fysiek les hebben. Geef opdrachten in tweetallen (gemengd en gelijk) en viertallen om elkaar te helpen, kennis over te dragen en samen te werken.
Nieuwe startsituatie
  • Verzamel binnen je sectie en team informatie over de leerlingen op alle vakgebieden en sociaal-emotioneel leren, vanuit een positieve insteek. Wat hebben de leerlingen geleerd? Waar staan ze nu? Wat betekent dit voor het vervolg? Op groeps- en individueel niveau? Breng de informatie bij elkaar en formuleer een samenvattend beeld.
Stap na het opstarten
  • Bepaal samen met de leerlingen en je team de focus voor de komende periode. Met het zicht op de einddoelen van het schooljaar kan iedere docent voor elke leerling inschatten wat er nodig is om de beoogde doelen te halen. Stel daarbij voor jezelf en samen met je collega’s en leerlingen de volgende vragen: waar willen we naar toe? Hoe weten we dat weer zijn? Waar staan we nu? Wat doen we om dat te bereiken? Ga met een hinkstapsprongdoor je programma. Schrap onderdelen die niet noodzakelijk zijn. Houd de belangrijkste leeractiviteiten die bijdragen aan het doel over. Stel waar nodig (in overleg met je team/sectie) doelen bij of geef meer tijd om belangrijke doelen te behalen. Natuurlijk doe je dit in overleg met je team/sectie. Houd naast het cognitieve programma ook ruimte voor mentor- en/of levenslessen en coachgesprekken. Uiteindelijk gaat het om het vinden van een nieuw balans in het programma en een optimale aansluiting bij het niveau van de leerling. Doel is door maatwerk de motor van het leren in de hoogst mogelijke versnelling weer aan de gang te krijgen.
Improviseren
  • Voor iedereen is de fysieke herstart wennen. Pak de ruimte om iets nieuws aan te gaan. Improviseer. Werk samen. Schroom niet om samen met je collega’s de lessen anders te organiseren als dat beter is voor de leerlingen. Voeg groepen samen en laat een collega een prikkelend college geven terwijl jij gesprekken voert met enkele leerlingen om er achter te komen hoe het echt met ze gaat. Neem instructies op video op of gebruik bestaande, relevante tutorials om de leerlingen voor jouw les kennis te laten opdoen (flipping the classroom) zodat je tijdens je les een interessant gesprek hierover kunt houden. Laat leerlingen tijdens een les reacties online posten (bijvoorbeeld op Padlet) waar leerlingenthuis ook aan mee kunnen doen. Daag de leerlingen met speelse werkvormen uit tot bewegen, interactie, debat en diepe gesprekken, want dat hebben ze afgelopen maanden zo gemist. Kortom, leef je uit!

Of en hoe jouw school ook open is, met deze ideeën in je schooltas ben jij voorbereid.

 

 

2020, Gewoon een bijzonder jaar

 

2020, een bijzonder jaar. Getekend door corona. Een wereldwijd virus dat de poten onder onze succesvolle vooruitgang deed wegzagen. Corona treft ons allemaal. De een verliest een dierbare, de ander zijn/haar baan. Kwetsbare alleenstaanden worden in een lockdown op zichzelf teruggeworpen. Een enkeling profiteert van de situatie en viert met zijn start-up internetbedrijf het succes van zijn leven. Anderen dreigen te bezwijken onder de hoge werkdruk in onderwijs en zorg. En ik voel als kleine zelfstandige en moeder mee. Al blijft groot leed gelukkig gespaard. Gewone dingen zoals een knuffel, een concert of een praktijkles waren ineens niet meer mogelijk.  Daar kwamen virtuele alternatieven voor in de plaats. Toch heeft de pandemie ons ook met beide benen op de grond gezet. We genoten als nooit tevoren van de bossen in ons land, de bloemenpracht in onze eigen tuin, de saamhorigheid in de buurt en de steun van vrienden. De gewone dingen, klein en nabij, werden ineens heel bijzonder.

Records gebroken

Nog nooit zo dicht op elkaar gewerkt en geleefd. Mijn man, zoon (en vriendin) en ik in één huis. Voortdurend rekening houden met elkaar. Online meetingen afstemmen. Gezellig samen lunchen en sparren over het werk. We barstten van de ideeën om ons werk digitaal voort te zetten. Zo hielpen we elkaar verder als nooit tevoren.

Onze dochter op kamers behoorde tot een ander huishouden, zo leerden we. Ik zal nooit vergeten dat we met haar afspraken in een park in Delft. Tussen ons in een groot picknickkleed om 1,5 meter afstand van elkaar te kunnen houden. Ieder met een eigen portie eten. Het voelde zo onnatuurlijk. Met de boa’s op onze hielen. Maar tegelijkertijd ook heel fijn om je dochter gezond en springlevend te zien. Nog nooit zo intens genoten van het buitenleven: de ontluikende lente, de lange zomeravonden in eigen tuin en de kleurenpracht in de herfst. Geen avontuurlijke vakantie maar tijd om te lezen. Ik verdiepte me in Hans Rösling, zijn kijk op de wereld. Het gaat beter dan je denkt. Zie de feiten. Opzienbarend! Zijn positief-realistische kijk op de wereld maakte mij opmerkzaam terwijl we in de ban waren van het virus en de media ons dagelijks met angstaanjagende beelden en grafieken bestookten. We kregen via televisie tips om je leefstijl gezond te houden. Ga naar buiten. Elke dag een ommetje, en tel uit: dat zijn vanaf half maart al 285 ommetjes. En wat hebben we veel dingen voor de eerste keer gedaan. Zo aten we voor het eerst een brievenbustaart, organiseerden we een online verjaardagsborrel, organiseerde we meetings op Zoom, konden we als ouder eens ervaren hoe het is om je eigen kinderen les te geven en mochten we een  livestream begrafenis meemaken. Zelfs theater deden we virtueel. Het was niet anders. Dit waren aanvaardbare alternatieven. Nieuwe rituelen om het leven aantrekkelijk te maken.

Klein en dichtbij

In plaats van lange verre reizen, bleven we dichtbij huis. Nederland ontdekken. Of nog kleiner, onze eigen buurt, onze tuin. We maakten fietstochtjes en genoten van ons kampeerplekje in België aan de Ourthe. We liepen de Elyzeese velden op en neer en deden oefeningen aan de Spiegelwaal. We maakten avondwandelingen door de buurt. Mijn man en ik; de buurvrouw en ik; of ik alleen. In het donker zigzaggend door onbekende straatjes op zoek naar knus verlichte huiskamers. Een loopje naar de supermarkt. Fijn om er even uit te zijn. Wat wonen we hier toch mooi, zeiden we dan tegen elkaar.

Grenzen en dilemma’s

We zochten de grenzen op. Wat kan nog wel? We organiseerden hokjesverjaardag, reisden kilometers op zoek naar leegte op het strand, haalden maaltijden af bij restaurantjes in de buurt of pakten een terrasje zodra het weer kon. Onze verantwoordelijkheid in de 1,5 meter samenleving werd op de proef gesteld. We spraken erover aan tafel. Doe jij een mondkapje op als het wenselijk is, maar niet verplicht? Hoe reageer je als iemand achter je in de rij voor de kassa in de supermarkt te dicht op je staat? Ga jij op bezoek bij oma en houd je dan afstand? Landelijke regels en regelmatige updates van cijfers waren onze houvast. Ook al waren de regels soms discutabel. Zo zal niemand vergeten hoe de tehuizen noodgedwongen op slot moesten en we niet meer bij ouderen en kwetsbaren op bezoek konden. Ik zie de families nog ontredderd en verdrietig tegen elkaar aan het raam geplakt. Elkaar moed insprekend… ‘Komt goed mam’. Raamvisite, tja… we weten nu wat dat is, hoe dat voelt. Corona leek controleerbaar, maar telkens kwam er een nieuwe golf. We oefenden in geduld en uithoudingsvermogen, want misschien komt er toch…? En als we corona niet kunnen indammen, dan kunnen het beter omarmen, stelde psychiater Damiaan Denys voor. Zo zwabberden we 2020 door, met aan het eind van de tunnel het licht: een vaccin!

Dankbaar

Terugkijkend tel ik mijn zegeningen. Dat ik samen met mijn gezin gezond en veerkrachtig 2020 ben doorgekomen.  Dat we in harmonie met elkaar thuis leven. In een groot huis met een tuin, met zoonlief op zolder, ‘op kamers’. Geld genoeg om ons thuiskantoor te upgraden. De huiskamer werd een multifunctionele ruimte waar naar hartenlust werd gewerkt, gegamed, gedineerd, yoga beoefend en geschilderd. Dankbaar dat we op een veilige manier voor onze ouders konden zorgen. We hebben ons kunnen herpakken. Onze fantasie en flexibiliteit aangewend om het roer om te gooien. Van live naar online werk. Van buitenlandreizen en familiefeesten, naar ommetjes in eigen buurt. Voortdurend denken in mogelijkheden. Wat kan wel? Ondertussen droom ik over een leven voorbij de 1,5 samenleving. Een leven waarin we elkaar mogen aanraken, knuffelen, troosten en diep in de ogen aankijken. Weer veilig samen zingen, stoeien, spelen. Aandacht voor elkaar, alles wat leeft en krioelt op aarde.

Hoe 2021 zal verlopen? We weten het niet. Laten we 2021 open tegemoet treden. Het leven leven!

Het ga je goed! Saskia